MKB-sector op weg naar een circulaire economie: nieuwe dienstverlening door afvalinzamelaars

Kunnen afvalinzamelende bedrijven een sleutelrol vervullen in de circulaire transitie van het MKB en daarmee een substantiële bijdrage leveren aan de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen? In opdracht van en in samenwerking met de Gemeente Haarlem, Provincie Noord-Holland en Stichting Stadsgarage, heeft Hogeschool Inholland een onderzoek uitgevoerd onder vier afvalinzamelende bedrijven, met als doel bij te dragen aan de toekomstbestendigheid van verschillende werklocaties in de regio Haarlem/IJmond.

Uit onderzoek van o.a. Hogeschool Inholland blijkt dat voor deze toekomstbestendigheid een transitie naar een circulaire economie nodig is [1]. Dit betekent dat preventie van afval, vermindering van grondstoffenverbruik en het sluiten van materialenkringlopen cruciaal zijn. Afvalinzamelende bedrijven zijn in deze opgave een spin in het web. Zij kunnen optreden als 'lead firms': bedrijven die vanwege hun positie in de keten in staat zijn om andere ketenpartijen te beïnvloeden en helpen om circulair te ondernemen.

De transitie van een lineaire naar een circulaire economie kunnen bedrijven niet alleen maken. Zo'n transitie is complex en vraagt nieuwe manieren van samenwerking die oude patronen doorbreekt van ontwerpen, produceren, consumeren en omgaan met afval. Er is een grote mate van transparantie en co-creatie noodzakelijk die botst met gangbare manieren van ondernemen. In plaats van concurrentie om de marges in de keten vraagt circulair innoveren en produceren om samenwerking met de hele keten en zelfs over ketens heen. Dat blijkt onder meer uit grootschalig onderzoek naar nieuwe businessmodellen voor de circulaire economie van de Radboud Universiteit [2] en uit de uitkomsten van vijf Kenniscafés bij Hogeschool Inholland Haarlem [3].

Vanuit de vijf nationale transitieagenda's weten we ook hoe belangrijk het is dat strategische (keten)samenwerkingsverbanden worden ontwikkeld. Maar er is nauwelijks onderzoek gedaan naar manieren waarop deze nieuwe vormen van samenwerking tot stand komen en werken. MKB-bedrijven die ketensamenwerking voor circulaire economie willen opzetten, zijn dun gezaaid en moeten pionieren. Zoals blijkt uit onderzoek naar de stand van zaken en ambities op gebied van circulaire economie bij het midden- en kleinbedrijf in de regio Haarlem - IJmond wordt circulair ondernemen voor deze bedrijven pas belangrijk als zij er iets aan moeten doen vanwege externe druk. Bijvoorbeeld als hun afnemers eisen dat ze circulaire producten leveren waardoor ze anders met hun afval moeten omgaan. Inkoop is een 'game-changer' en wordt door gemeenten steeds vaker ingezet om verandering te forceren.

Volgens theorie over circulaire ondernemerschap, een belangrijke kans ligt voor een 'lead firm' in de transitie. Vanuit deze redenering zouden afvalinzamelaars een 'lead firm' kunnen zijn, oftewel een 'spin in het web-functie' op zich nemen. Zij hebben veel klanten in het midden- en kleinbedrijf die zij kunnen adviseren over het afvalbeleid. Dat stelt deze MKB-bedrijven in staat om aanpassingen in hun grondstof- en afvalbeheer door te voeren die bedrijfsmodellen meer circulair maken. Op deze manier kunnen afvalinzamelende bedrijven een nieuwe ingang bieden naar het op dit thema lastig bereikbare midden- en kleinbedrijf, inclusief de ketenpartners waarmee zij werken. Klanten van afvalinzamelaars kunnen gemobiliseerd worden en gaan investeren in meer circulaire bedrijfsmodellen.

De uitkomsten van het onderzoek van Hogeschool Inholland toont dat samenwerkingsverbanden kunnen worden gesmeed voor innovatie gericht op circulair ondernemen met afvalinzamelaars als spin in het web. Met gerichte ondersteuning gecombineerd met eigen investeringen zouden deze partijen in staat kunnen worden gesteld om circulaire modellen te ontwikkelen op maat van hun coalitie. Deze aanpak zou moeten herhaalbaar en opschaalbaar kunnen zijn en zou de transitie naar een circulaire economie moeten versnellen. Inholland constateert op basis van het onderzoek dat dit een mogelijkheid is om de transitie naar een circulair economie te bevorderen en te versnellen. Maar zoals eerder gezegd, we weten niet of afvalinzamelaars bereid zijn om als spin in het web te functioneren en of ze de competenties hebben om deze rol te vervullen. Verder weten we ook niet zo veel over het opzetten en begeleiden van complexe samenwerkingsverbanden ten dienste van een circulaire economie. Voor deze redenen zijn we gestart met het onderzoek, wat zou moeten leiden tot antwoord op de hoofdvraag 'Welke samenwerkingsvormen met MKB-bedrijven is effectief voor afvalinzamelende bedrijven, met het oog op het bevorderen van een circulaire economie?'.

In ons onderzoek werden negen leidinggevenden van vier afvalinzamelende bedrijven geïnterviewd over de visie, het beleid en de uitvoering van de organisatie omtrent circulair ondernemen. De interviews maakten duidelijk dat de bedrijven niet alleen beleid en visie hebben op gebied van circulaire economie, maar dat die ook vertaald zijn naar strategische en operationele plannen. Pilots waarin nauwer wordt samengewerkt met bedrijven (in de vorm van advisering) worden momenteel uitgevoerd met grotere klanten. De advisering betreft echter vooral de onderste treden van de R-Ladder [4]: het gaat om het verbeteren van de scheiding en inzameling van schone mono-stromen, en het zoeken van afnemers daarvoor. Afvalinzamelaars ervaren ook dat de meeste MKB- bedrijven vooral gefocust zijn op het verminderen van de kosten en hinder die ze van afval ervaren, hoewel MKB-bedrijven ook erkennen dat circulair ondernemen belangrijk is. Sommige MKB-bedrijven hebben wel degelijk eigen ambities op dat vlak blijkt uit het onderzoek.

Als belangrijkste hindernissen voor het uitbreiden van de dienstverlening op gebied van circulaire economie noemden de geïnterviewde afvalinzamelaars: achterblijvende wet- en regelgeving, het denken in andere verdienmodellen en een achterblijvende marktvraag. Een andere belangrijke conclusie van het onderzoek gaat over mogelijke samenwerkingsverbanden tussen afvalinzamelaars en hun MKB klanten. Volgens de afvalinzamelaars moet voor een effectieve samenwerking met MKB- klanten ten behoeve van circulaire economie:

  • Sprake zijn van een groep MKB-bedrijven in een gebied of een sector die te maken krijgt met dwingende wet- en regelgeving, en/of een grote vragende marktpartij, gericht op het bevorderen van circulaire economie. Zo dat kosten gedeeld kunnen worden en zo dat er perspectief is op het terugverdienen van investeringen
  • Een groep van meerdere MKB-bedrijven deelnemen en samen de kosten van advisering dragen, ten behoeve van het ontwikkelen van circulaire producten en bedrijfsprocessen, of moeten die kosten (deels) worden vergoed door de overheid
  • Een afvalinzamelend bedrijf als adviseur aan een MKB-bedrijf en zijn ketenpartners kunnen optreden, en moet daar de competenties voor ontwikkelen en ook kennis van verdienmodellen ten behoeve van circulair ondernemen
  • Een partij deelnemen met de competenties voor coördinatie en facilitering van een groep bedrijven.

De conclusies uit het onderzoek werden door Stichting Stadsgarage en Hogeschool Inholland besproken tijdens een overleg met o.a. vertegenwoordigers van de afvalinzamelende bedrijven, de Provincie Noord-Holland, Parkmanagement Waarderpolder, de Gemeente Haarlem en Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB). Een interessante conclusie uit dit overleg was dat afvalinzamelaars de noodzaak onderschrijven om anders te gaan opereren als ze mee willen doen aan circulariteit op een hogere treden van de R-ladder. Op dit moment zijn ze wel bezig met het verbeteren van circulariteit met hun klanten op de eerste twee treden, namelijk recycling en betere afvalscheiding. Gedurende de bijeenkomst werd ook duidelijk dat hoewel de afvalinzamelaars stappen willen zetten binnen het thema circulariteit zodat ze verder op de R-ladder komen met hun klanten, ze nieuwe kennis, nieuwe competenties en facilitering van het leerproces nodig hebben. Bijvoorbeeld in de vorm van concrete acties zoals experimenten met nieuwe platforms waarop MKB-ers met hun ketenpartners overleggen en samenwerkingsverbanden en het opdoen van ervaringen met adviestrajecten met hun klanten, specifiek gericht op circulair ondernemen. Het gaat dus voor de afvalinzamelaars om een nogal grote omschakeling van hun bedrijfsvoering, maar ze zijn bereid om het in experimentele vorm te proberen. Mede omdat andere partijen anders in dat "gat" zullen springen.

De verzamelde kennis en inzichten uit dit onderzoek worden gebruikt door de Gemeente Haarlem, Stichting Stadsgarage, Hogeschool Inholland en de afvalinzamelaars voor het inrichten van een vervolgproject dat gericht is op het bevorderen van samenwerking in ketens, met als doel het circulair-economisch ontwerpen van producten en het sluiten van materialenkringlopen. Tijdens het overleg met de stakeholders is expliciet gevraagd of er steun was voor dit nieuwe project, en het antwoord was een eenduidig 'ja', maar wel met wat kanttekeningen. Bijvoorbeeld dat andere partijen zoals de overheid of andere organisaties worden betrokken om alle ketenpartners te kunnen benaderen en betrekken in een vervolg. Daarnaast was de investeringsbereidheid van de afvalinzamelaars (financieel of in kind) nog niet duidelijk.

Uit een evaluerend gesprek over het onderzoek tussen de Gemeente Haarlem, Stichting Stadsgarage, PHB (uitgevoerd door SADC) en Hogeschool Inholland zijn ook belangrijke inzichten naar voren gekomen over een vervolgtraject waren de volgende:

  • De uitkomsten van het onderzoek moeten ook met de MRA besproken worden, met als doel te bepalen in welke vorm een experimenteel vervolg het beste kan worden uitgevoerd. Hiervoor wordt een Rondetafel georganiseerd door de gemeente Haarlem.
  • Zoals het er nu uitziet is er voldoende basis voor zo'n experimenteel vervolg met minimaal één, maar misschien ook met meerdere afvalinzamelaars.
  • De focus van dit vervolgproject zou gericht moeten zijn op het samenbrengen van één of meerdere MKB-bedrijven en hun ketenpartners, met als doel het ontwikkelen van een circulair product en circulaire bedrijfsprocessen.

Parallel hieraan zou onderzoek gedaan moeten worden dat gericht is op het ontwikkelen van een opschaalbare methodiek voor het bevorderen van circulair ondernemen door afvalinzamelaars, met als doel het betreden van de hogere treden van de R-ladder.

[1] https://nieuws.inholland.nl/circulaire-economie-samen-op-zoek-naar-nieuwebusinessmodellen/

[2] https://www.circulairebusinessmodellen.nl/dl/WhitePaperCirculaireEconomie2017V3ebook.pdf

[3] https://magazines.rabobank.nl/haarlem/KenniscafeCriculaireEconomie/?ItemId=15209

[4] 'R-ladder' refereert naar de mate van circulariteit. De hoogste treden heten 'Refuse en rethink' de onderste treden 'recycle en recover'. Voor meer informatie zie https://www.pbl.nl/onderwerpen/circulaire-economie/feiten-en-cijfers/infographics/prioriteitsvolgorde-van-circulairiteitsstrategie-n-en-rol-van-innovatie-in-productketen.

Auteurs: Don Ropes en Han van Kleef van Hogeschool Inholland